“Zoals Don Bosco wil ik mensen
doen groeien.”

Vader van twee puberdochters, ­opleidingscoördinator, coach, politicus, ­catechist én ­bestuurslid: Wouter Goolaerts is een bezige bij. Dat sociale engagement begon toen hij rond zijn zestiende op animatorcursus ging bij ­Kaderschool Don Bosco.

Daar kwam hij heel toevallig terecht: ­“Ik had niets te doen tussen de feestdagen, en mijn vrienden die de basiscursus deden, zochten nog een vierde man om ’s avonds mee te kaarten”, vertelt Wouter. Zo begon een parcours met vele tussenstops, maar één gemene deler. “Al mijn hele carrière ben ik bezig met mensen laten groeien.”
“Professioneel speelplein doen, dat was de droom. Ik was niet alleen een grote speelvogel, maar genoot ook heel erg van werken met kinderen en jongeren. Bij Don Bosco kon ik dat eindeloos ­botvieren.” Al was dat niet het enige waardoor Wouter zich zo thuis ­voelde op het speelplein. “De onderlinge ­hartelijkheid heeft mij altijd ­aangesproken, en ook de pastorale aanwezigheid heb ik nooit op een ander speelplein gevonden”, zegt hij.

Koffieklets

Thuis was geloof niet echt een gespreks­onderwerp. Toch wil Wouter iets meegeven aan de volgende generaties: “De waaromvraag leeft bij iedereen, ook bij jongeren”, stelt hij. “Daarom zijn we in Scherpenheuvel begonnen met een jaarlijks vredesmoment over de grenzen van verschillende levensbeschouwingen heen, en bouwen we aan een open kerk waar jongeren altijd mogen binnenvallen. Zonder Don Bosco als fundament had ik dat misschien niet gedaan.”

“Toen ik dertien-veertien jaar was, wilde ik zelfs pastoor worden”, gaat hij verder. “Zingeving betekende toen al veel voor mij, en dat vond ik bij Don Bosco terug in de stille momenten of de nadrukkelijke aanwezigheid van de zusters. In de tijd dat ik hoofdanimator was, rookte ik nog. Als ik ’s ochtends als eerste buitenkwam uit het animatorenlokaal voor de eerste koffie en de eerste sigaret, zag ik zuster Hendrika aan het werk in de keuken en sloegen we altijd een praatje.”
Al kon het er ook plageriger aan toegaan: “De zusters door de intercom ­aanspreken of een liedje met een wat schunniger tekst opzetten, natuurlijk haalden we zo’n kattenkwaad uit”, lacht Wouter. “Maar als het erop aankwam, leerden de zusters ons de waardevolle les dat juist de meest kwetsbare of minst brave kinderen een plek op het speelplein verdienen.”

Pedagogie van de hoop

Een zelfgemaakt portret van Don Bosco in zijn kantoor herinnert Wouter eraan dat hij altijd de verbinding met zijn studenten moet blijven opzoeken. “Net als Don Bosco wil ik dicht bij mijn studenten staan. Ik wacht dan ook om mijn koffie te gaan halen tot ik zie dat mijn studenten pauze hebben”, knipoogt hij.
“Het is mijn job om studenten te ­begeleiden die soms het geloof in zichzelf kwijtgeraakt zijn. Hen helpen om hun zelfvertrouwen weer op te bouwen, is wat mij motiveert. En als een gesprek met zo’n student eens wat moeilijker ­verloopt, dan herinnert het portret mij eraan dat ik erin moet blijven geloven dat dat zaadje elk moment kan ontkiemen. Da’s de pedagogie van de hoop.”

Geïnspireerd
door het verhaal van Wouter?

Lees nog andere verhalen Volg Droomfonds Don Bosco op facebook.
Wil je op de hoogte blijven?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief