“Wie had gedacht dat ik zou vallen voor de dochter van de leerkracht?”
Van een vader die lesgaf in het derde en vierde middelbaar, tot een directeur-pastoor die hen trouwde en hun kinderen doopte: voor Tom De Leeuw en Nathalie Van der Hasselt zat Don Bosco dikwijls verweven in hun familieleven. Hoewel ze elkaar op school weleens tegenkwamen, leerden ze elkaar pas tijdens een buitenschoolse fietstocht echt beter kennen.
“Het was evident dat ik naar de Don Boscoschool zou gaan. De school was vlak bij de autogarage van mijn ouders, en had ook nog eens een goede reputatie. Hoewel we op katholieke feestdagen wel naar de kapel of de kerk trokken, werd het geloof ons nooit opgedrongen, al kregen we wel de katholieke normen en waarden mee. Voor mij was dat de ideale mix tussen vrijheid en discipline”, vertelt Tom. “Voor mij was het ook de warmte waarmee je werd onthaald”, voegt Nathalie toe. “Ik zat eerst vier jaar op een streng katholieke school, maar toen die ermee ophield, zei mijn vader: ‘Waarom kom je niet met mij mee?’ Bij Don Bosco ging er een wereld voor mij open.”
Nathalie studeerde – samen met een handvol andere meisjes – grafische technieken, Tom volgde elektronica en elektromechanica. “Mechanica kon ik aanleren in de garage, dus wilde ik op school iets anders doen.” Al zouden zijn vaardigheden nog van pas komen. “In die tijd was het Nederlandse ‘Wedden dat’ erg populair. Ik had gewed dat ik op tien minuten een motor in een auto kon leggen en er dan een rondje mee kon rijden, dus bracht mijn vader een oude auto tot op de speelplaats. Dat de directeur daar toen mee heeft ingestemd, is nu eigenlijk ondenkbaar”, lacht hij.
Samen uit, samen thuis
En er liep wel meer op wieltjes. Jarenlang organiseerde Nathalies vader samen met leerkrachten van andere scholen een grote fietstocht. In de zomer van 1988 trok de hele ploeg van de school naar Rome, waar alle leerlingen elkaar zouden treffen. “Zo’n tocht wordt alleen maar indrukwekkender als je beseft dat alles maanden op voorhand werd gepland zonder gps of Google Maps”, zegt Tom. “Elke ochtend kregen we een planning met afstanden en tijdstippen. Soms reden we wel 150 kilometer per dag, al was dat op dagen met bergetappes natuurlijk wel wat minder. Het enige wat wij moesten doen, was ’s ochtends op onze fiets springen.”
Waar ze het eerste jaar nog meeging in de volgwagen, sprong Nathalie het tweede jaar zelf op de fiets. En het is tijdens de trainingen voor die tweede reis dat de vonk tussen Tom en Nathalie oversloeg. “De sfeer tijdens die reizen was zo aanstekelijk”, herinnert Nathalie zich. “Mensen van allerlei pluimage, van ervaren fietsers van zestig tot enthousiaste jongeren van veertien, waren van ’s ochtends tot ’s avonds samen. Natuurlijk probeerden we de oude garde af en toe achter ons laten, maar we werden telkens terug bij de groep gefloten. Die groepsdynamiek was alles, en als je ons nu samen zou zetten, dan zou het nog altijd even gezellig zijn”. Tom lacht: “Maar misschien wel een pak minder sportief!”