De Don Boscotijd van Valérie Trouet.

Valérie Trouet is een Belgische bio-ingenieur. Na haar doctoraatsstudie verhuisde ze naar de Verenigde Staten. Ze is er professor aan de universiteit van Arizona. Als dendrochronoloog bestudeert ze boomringen om het klimaat in het verleden te bestuderen. In 2020 ontving ze de Jan Wolkers Prijs voor haar boek “Wat bomen ons vertellen.”


Welke band heb je met Don Bosco?

Van mijn 16 tot 22 jaar heb ik elke zomer vrijwilligerswerk gedaan op de Don Boscowijkspeelpleinen in Leuven. Ik heb er fijne herinneringen aan overgehouden en ook banden voor het leven gesmeed. Als ik naar België kom, zijn er nog altijd veel mensen van die tijd die ik ga opzoeken.

Wat heb je er geleerd?

Ik leerde er belangrijke aspecten van leiding geven zoals communiceren met anderen, conflicten oplossen en empathie tonen, vooral door het gewoon te doen.

De animatorengroep op de wijkspeelpleinen bestond uit jongeren met diverse achtergronden. Velen hadden een heel andere levenswandel dan ik. Toch slaagden we erin om gemeenschappelijke waarden te vinden om samen als hechte groep te kunnen functioneren.

Dat komt mij nu als klimaatwetenschapster heel goed van pas. Enerzijds als leidinggevende van een team. Anderzijds word ik als klimaatwetenschapster veel geconfronteerd met mensen die niet in de wetenschap of in klimaatverandering geloven. Het is dan belangrijk om gezamenlijke waarden te vinden om met elkaar te kunnen praten.

"Om goed te kunnen samenwerken, heb je ­gemeenschappelijke waarden nodig. Dat heb ik op de Don Boscowijkspeelpleinen leren zien."

Wat heeft Don Bosco voor jou betekend?

Je realiseren dat je geprivilegieerd bent. Ik ben blank, hoogopgeleid, mijn ouders zijn hoogopgeleid, ik heb nooit armoede gekend. En niet alleen dit beseffen, maar met dit voorrecht effectief iets doen om anderen te helpen en omhoog te trekken. Niet iedereen is in de positie om heel de zomer vrijwilligerswerk te kunnen doen. Op de wijkspeelpleinen kon ik mijn vrije tijd zinvol inzetten.

De ervaring met de wijkspeelpleinen, heeft dat iets in je leven bepaald?

Daar ben ik wel zeker van. Ik ben begonnen als animator, werd gevraagd als hoofdanimator en dan ook als instructor om cursussen te geven en later als coördinator. Als je gevraagd wordt, dan realiseer je je dat dat betekent ‘Ah, ik ben er eigenlijk wel redelijk goed in.’ Dat soort van waardering geeft je zelfvertrouwen. Dat gevoel heb ik in mijn professionele carrière meegenomen.

Vanwaar komt je gedrevenheid om je op het klimaat toe te leggen?

Enerzijds doe ik ontzettend graag aan wetenschap. Er is niets in de wereld dat me dezelfde energie geeft als nieuwe dingen ontdekken. Het is ontzettend motiverend om naar data te kijken en je te realiseren dat je als eerste iets ziet wat de wetenschap nog niet weet. Samenwerken met mijn team en mijn kennis kunnen overdragen aan de volgende generatie is ook een grote drijfveer. Anderzijds doe ik aan toegepaste wetenschappen. Voor mij is het belangrijk dat wat ik doe van maatschappelijk belang is en bijdraagt aan het verbeteren van deze wereld. Aangezien de klimaatproblematiek een van de dringendste problemen is die opgelost moet worden, is het evident dat ik daar als natuurwetenschapper aan wil meewerken.

Heb je een boodschap voor de Don Boscoanimatoren van vandaag?

Droom groot en plan je eigen weg. Heb vertrouwen in jezelf, laat je niet te veel aan banden leggen door wat de maatschappij of andere mensen vinden dat je moet doen.