Ook vandaag nog is het de moeite waard om zich te laten boeien en inspireren door Don Bosco.

tekst: Koen Timmermans, salesiaan

Iets kleins kan iets heel groots worden: een petitie begint met één hand­tekening­ en kan uiteindelijk verandering teweegbrengen, een klein geschenkje kan grote vreugde brengen, het vlammetje van één lucifer kan een groot kampvuur worden, één ­vriendelijk­ woord kan iemand heel blij maken.

31 januari is een belangrijke dag voor de Don Boscobeweging in heel de wereld. Dan vieren we namelijk het feest van Don Bosco. We staan stil bij het leven en het werk van ons grote voorbeeld.

Toen hij negen jaar oud was, had hij een droom. Een droom die hij op die jonge leeftijd nog niet kon plaatsen, maar een die hem altijd is bijgebleven. Die droom van een kleine jongen zou het kleine vlammetje zijn dat honderd jaar later vele harten in vuur en vlam zet. Nog altijd wordt er verder aan die droom van Don Bosco gewerkt. In 132 landen zijn er Don Boscohuizen, met daaraan verbonden scholen, speelpleinen, jeugdcentra, internaten, enzovoort.

Don Bosco droomde. Niet ver van zijn ouderlijk huis speelde hij met vele jongeren in een grote tuin. Het ging er luid en vrolijk aan toe. Toen echter enkele kinderen begonnen te vechten, te spotten en te vloeken, wou Giovanni hen tot zwijgen brengen. Met gebalde vuisten stortte hij zich op hen. Hij schreeuwde hen toe, sloeg en kreeg zelf rake klappen. Opeens stond er een man in een witte mantel voor hem. Zijn gezicht straalde zo fel dat Giovanni het niet kon aankijken. “Niet op die manier, Giovanni!” zei de man. “Met slaan zal je de kinderen niet rustig krijgen. Ga aan hun kant staan en maak hen te vriend met je goedheid en liefde! Toon hen hoe ze ook goed kunnen worden”.


“Ik? Ik weet toch helemaal niet hoe?” antwoordde Giovanni geschrokken.

“Ik zal je een leermeesteres geven”, zei de man vriendelijk.

“Wie bent u trouwens?” riep Giovanni. “Moeder wil niet dat ik zonder haar toestemming met vreemden spreek!”

De stralende man glimlachte. “Ik ben de Zoon van haar die je drie keer per dag begroet, zoals je moeder leerde!”

Op dat ogenblik zag Giovanni een vrouw in een stralend sterrenkleed. Ze nam hem ­liefdevol­­ bij de hand. “Kijk”, zei ze. Giovanni zag dat de jongeren in de tuin verdwenen waren. In hun plaats liepen nu dieren rond: beren, honden, katten, een wild gewriemel. “Dat is het veld waarop je zal werken, dapper, bescheiden en sterk” zei de vrouw. “Doe met mijn kinderen wat je hier bij deze dieren ziet”.

Giovanni keek toe: de wilde dieren ­veranderden­ in zachtaardige lammeren! Nog steeds in zijn droom begon hij te wenen. “Ik begrijp het allemaal niet!” zuchtte hij.

De vrouw legde haar hand op zijn hoofd. “Op het gepaste moment zal je alles begrijpen”, zei ze en Giovanni ontwaakte.

Hij lag op zijn strozak in de duistere kamer. Hij was helemaal verward. Zijn gezicht deed pijn als na vele oorvijgen, en zijn handen gloeiden en schroeiden van de vele slagen die hij in zijn droom had uitgedeeld.


Die nacht kon hij niet meer inslapen.